top of page
Zoeken

Salaris of dividend als DGA: wat is fiscaal voordeliger?

mr. Emilio Cau
8 sep
11 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 9 sep

Salaris of dividend? Voor een DGA kan de keuze een aanzienlijk verschil maken in de uiteindelijke belastingdruk.
Salaris of dividend? Voor een DGA kan de keuze een aanzienlijk verschil maken in de uiteindelijke belastingdruk.

Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) kunt u op verschillende manieren geld uit uw BV naar privé halen. Voor de werkzaamheden die u voor de BV verricht, ontvangt u doorgaans een DGA-salaris. Maakt de BV daarnaast winst, dan kan onder voorwaarden ook dividend worden uitgekeerd.

Fiscaal maakt het verschil of geld als salaris of als dividend naar privé wordt gehaald. Salaris wordt bij de DGA belast in box 1 van de inkomstenbelasting en is voor de BV in beginsel aftrekbaar van de winst. Dividend is niet aftrekbaar. De BV betaalt eerst vennootschapsbelasting over haar winst en vervolgens betaalt de DGA in privé belasting over het ontvangen dividend in box 2.

Het kan daardoor aantrekkelijk zijn om, naast het reguliere DGA-salaris, dividend uit te keren in plaats van extra salaris. Een DGA kan zijn salaris echter niet onbeperkt verlagen om vervolgens meer dividend uit te keren. De gebruikelijkloonregeling stelt eisen aan de hoogte van het salaris.

De vraag is daarom niet alleen of salaris of dividend fiscaal voordeliger is. Eerst moet worden vastgesteld welk DGA-salaris fiscaal verdedigbaar is. Daarna kan worden beoordeeld wat met de resterende winst gebeurt: extra salaris uitkeren, dividend uitkeren of de winst voorlopig in de BV laten.


Hoe wordt het salaris van een DGA belast?

Een DGA die werkzaamheden verricht voor zijn BV ontvangt daarvoor in beginsel loon. Dit salaris wordt bij de DGA belast in box 1 van de inkomstenbelasting.

Voor de BV vormt het salaris in beginsel een kostenpost. Het salaris verlaagt daarmee de belastbare winst van de BV en dus ook de grondslag waarover vennootschapsbelasting wordt geheven.

Dit is een belangrijk verschil met dividend. Een dividenduitkering is geen bedrijfskostenpost en verlaagt de belastbare winst van de BV niet.

Voor een goede vergelijking tussen extra salaris en dividend kan daarom niet alleen worden gekeken naar het belastingtarief dat de DGA in privé betaalt. Ook de belastingheffing binnen de BV moet worden meegenomen.


Het DGA-salaris en de gebruikelijkloonregeling

Een DGA kan de hoogte van zijn salaris niet volledig naar eigen inzicht vaststellen. Artikel 12a Wet op de loonbelasting 1964 bevat hiervoor de gebruikelijkloonregeling.

De regeling geldt voor iemand die werkzaamheden verricht voor een lichaam, doorgaans een BV, waarin hij of zijn partner een aanmerkelijk belang heeft. Van een aanmerkelijk belang is in de regel sprake wanneer iemand, al dan niet samen met zijn fiscale partner, direct of indirect ten minste 5% van de aandelen in een vennootschap bezit.

De gebruikelijkloonregeling bestaat sinds 1997. Het uitgangspunt is dat een DGA voor zijn werkzaamheden een passende arbeidsbeloning ontvangt. De regeling moet onder meer voorkomen dat een DGA nauwelijks salaris ontvangt en de opbrengsten van zijn werkzaamheden op een fiscaal gunstigere wijze uit de BV haalt.

Wanneer het daadwerkelijk betaalde DGA-salaris lager is dan het loon dat volgens de gebruikelijkloonregeling in aanmerking moet worden genomen, kan voor de belastingheffing toch van een hoger loon worden uitgegaan. Om die reden wordt in dit verband ook wel gesproken van een fictief loon.


Is € 58.000 (2026) altijd het juiste DGA-salaris?

Nee.

Voor 2026 bedraagt het wettelijke normbedrag voor het gebruikelijk loon € 58.000 per kalenderjaar. Dit bedrag wordt in de praktijk soms gezien als een standaardsalaris waarmee iedere DGA automatisch aan de gebruikelijkloonregeling voldoet. Zo werkt de regeling niet.

Het gebruikelijk loon wordt in beginsel vastgesteld op het hoogste van:

  • het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;

  • het hoogste loon van werknemers binnen de BV of een verbonden vennootschap;

  • het wettelijke normbedrag van € 58.000.


Het bedrag van € 58.000 is daarmee een belangrijk wettelijk referentiebedrag, maar niet zonder meer het juiste DGA-salaris in iedere situatie.

Als voor vergelijkbare werkzaamheden bijvoorbeeld een salaris van € 90.000 gebruikelijk is, kan niet automatisch worden volstaan met een DGA-salaris van € 58.000.

Andersom kan onder omstandigheden een lager gebruikelijk loon worden verdedigd. Daarvoor moet aannemelijk kunnen worden gemaakt dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is.

Het DGA-salaris moet daarom worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden.


Wat is een meest vergelijkbare dienstbetrekking?

Bij het bepalen van het gebruikelijk loon wordt gekeken naar een dienstbetrekking die het meest vergelijkbaar is met de werkzaamheden van de DGA en waarbij het loon op zakelijke basis is vastgesteld.

Daarbij is niet alleen de functienaam van belang. Ook de inhoud van de werkzaamheden, de verantwoordelijkheden, ervaring en andere relevante omstandigheden kunnen een rol spelen.

Er hoeft geen volledig identieke functie te bestaan. Het gaat om de dienstbetrekking die van de beschikbare vergelijkingen het meest overeenkomt met de werkzaamheden van de DGA.


Sinds 2023 bestaat bovendien geen doelmatigheidsmarge meer. In eerdere jaren kon onder voorwaarden een bepaald percentage in mindering worden gebracht op het loon uit een vergelijkbare dienstbetrekking. Die mogelijkheid is vervallen.

Een zakelijke onderbouwing van het DGA-salaris is daarom van belang.


Kan het gebruikelijk loon lager zijn dan € 58.000?

Dat kan onder omstandigheden.

Als aannemelijk kan worden gemaakt dat voor de meest vergelijkbare dienstbetrekking een lager loon gebruikelijk is, kan het gebruikelijk loon eveneens lager worden vastgesteld.

Het enkele feit dat de BV weinig winst maakt of dat een DGA fiscaal liever dividend ontvangt dan salaris, betekent niet dat het gebruikelijk loon zonder meer kan worden verlaagd.

Voor werkzaamheden van zeer beperkte omvang bestaat daarnaast een uitzondering. Wanneer het gebruikelijk loon voor de werkzaamheden voor de BV en daarmee verbonden vennootschappen gezamenlijk niet hoger is dan € 5.000 per kalenderjaar, hoeft geen fictief loon in aanmerking te worden genomen. Als daadwerkelijk salaris wordt betaald, is dat salaris wel belast. Voor een DGA die structureel werkzaamheden voor zijn BV verricht, zal deze uitzondering doorgaans niet aan de orde zijn.


Waarom is het gebruikelijk loon belangrijk bij dividend?

De gebruikelijkloonregeling vormt het vertrekpunt voor de vergelijking tussen salaris en dividend.

Een berekening kan bijvoorbeeld laten zien dat een bepaald bedrag aan dividend netto meer oplevert dan hetzelfde bedrag aan extra salaris. Daaruit volgt niet dat een DGA zijn bestaande salaris met dat bedrag kan verlagen en het verschil vervolgens als dividend kan uitkeren. Eerst moet worden beoordeeld welk DGA-salaris op grond van de gebruikelijkloonregeling passend is. Als een verdedigbaar gebruikelijk loon is vastgesteld, kan vervolgens worden bekeken wat met aanvullende winst gebeurt. De winst kan binnen de BV blijven of, als daarvoor voldoende ruimte bestaat, naar privé worden gehaald.


Hoe wordt dividend belast?

Een dividenduitkering wordt fiscaal anders behandeld dan salaris.

Dividend vormt voor de BV geen aftrekbare kostenpost. De BV betaalt daarom eerst vennootschapsbelasting over haar belastbare winst.

In 2026 bedraagt het tarief van de vennootschapsbelasting 19% over de belastbare winst tot en met € 200.000. Over het meerdere geldt een tarief van 25,8%.

Na betaling van de vennootschapsbelasting kan de resterende winst beschikbaar zijn voor een dividenduitkering.

Bij de DGA wordt het ontvangen dividend belast in box 2 van de inkomstenbelasting. In 2026 bedraagt het box 2-tarief 24,5% over de eerste € 68.843 aan belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang. Over het meerdere geldt een tarief van 31%.

Bij dividend vindt de belastingheffing dus op twee niveaus plaats. Eerst wordt vennootschapsbelasting geheven bij de BV. Vervolgens wordt bij een dividenduitkering inkomstenbelasting in box 2 geheven bij de DGA.

De percentages kunnen daarbij niet eenvoudig bij elkaar worden opgeteld. De box 2-heffing wordt namelijk berekend over de winst die na betaling van vennootschapsbelasting resteert.


Rekenvoorbeeld: € 10.000 extra winst

Om het verschil tussen extra salaris en dividend inzichtelijk te maken, vergelijken we hieronder twee vereenvoudigde rekenvoorbeelden.

De voorbeelden zijn uitsluitend bedoeld om te laten zien hoe de belastingheffing in beide situaties kan uitwerken. Het zijn geen twee standaardkeuzes en de uitkomsten vormen geen individueel fiscaal advies. De daadwerkelijke uitkomst is afhankelijk van de omstandigheden van de DGA en zijn BV.

We gaan uit van een BV met € 10.000 extra winst. Voor beide voorbeelden wordt aangenomen dat de DGA het beschikbare bedrag naar privé wil halen.

Voor de berekening gelden de volgende uitgangspunten:

  • het reguliere DGA-salaris voldoet al aan de gebruikelijkloonregeling;

  • eventueel extra salaris valt volledig in de hoogste box 1-schijf van 49,5%;

  • het extra salaris is volledig aftrekbaar van de winst van de BV;

  • de BV valt voor de betreffende winst in het vennootschapsbelastingtarief van 19%;

  • een eventuele dividenduitkering valt volledig binnen de eerste box 2-schijf van 24,5%.

Andere fiscale gevolgen, waaronder eventuele gevolgen voor heffingskortingen, blijven in dit vereenvoudigde voorbeeld buiten beschouwing.


Voorbeeld 1: € 10.000 als extra salaris


In het eerste rekenvoorbeeld wordt de volledige € 10.000 aangewend voor extra salaris aan de DGA.

Het salaris is in dit voorbeeld volledig aftrekbaar van de winst van de BV.

Extra winst vóór salaris: € 10.000

Extra salaris: € 10.000

Resterende belastbare winst: € 0

Vennootschapsbelasting over deze € 10.000: € 0

De DGA ontvangt € 10.000 bruto extra salaris.

Omdat voor het rekenvoorbeeld wordt aangenomen dat het volledige bedrag tegen 49,5% wordt belast, bedraagt de inkomstenbelasting:

€ 10.000 × 49,5% = € 4.950

Netto resteert voor de DGA:

€ 10.000 - € 4.950 = € 5.050

Onder deze uitgangspunten leidt € 10.000 extra salaris dus tot € 5.050 netto in privé.

Voorbeeld 2: € 10.000 winst en vervolgens dividend

In het tweede rekenvoorbeeld wordt de € 10.000 niet als extra salaris uitgekeerd. Het bedrag blijft onderdeel van de belastbare winst van de BV.

De BV betaalt daarover eerst vennootschapsbelasting:

Extra winst: € 10.000

Vennootschapsbelasting (19%): € 1.900

Winst na vennootschapsbelasting: € 8.100

Na betaling van de vennootschapsbelasting resteert € 8.100.

Voor het rekenvoorbeeld nemen we vervolgens aan dat dit volledige bedrag als dividend kan en wordt uitgekeerd aan de DGA.

Over het ontvangen dividend is bij het gehanteerde box 2-tarief van 24,5% verschuldigd:

€ 8.100 × 24,5% = € 1.984,50

Netto resteert voor de DGA:

€ 8.100 - € 1.984,50 = € 6.115,50

Van de oorspronkelijke € 10.000 winst komt in dit voorbeeld dus € 6.115,50 netto bij de DGA terecht.


Wat is het verschil tussen beide voorbeelden?

Onder de gekozen uitgangspunten zijn de netto-uitkomsten:

Extra salaris: € 5.050

Dividend: € 6.115,50

Nettoverschil: € 1.065,50

In dit specifieke rekenvoorbeeld komt de dividendvariant daarmee € 1.065,50 hoger uit.

De belastingdruk op het extra salaris bedraagt in het voorbeeld 49,5%.

Bij de dividendvariant bedraagt de totale belasting:

Vennootschapsbelasting: € 1.900

Box 2-belasting: € 1.984,50

Totale belasting: € 3.884,50

Van de oorspronkelijke € 10.000 resteert € 6.115,50. De gecombineerde belastingdruk bedraagt daarmee 38,845%.

Uit deze vergelijking kan niet worden afgeleid dat dividend voor iedere DGA fiscaal voordeliger is. De uitkomst wordt bepaald door de gekozen uitgangspunten en de fiscale positie van de DGA en zijn BV.


Waarom bedraagt de belastingdruk op dividend geen 43,5%?

Bij een combinatie van 19% vennootschapsbelasting en 24,5% box 2-belasting zou de indruk kunnen ontstaan dat de totale belastingdruk 43,5% bedraagt.

Dat is niet het geval.

De vennootschapsbelasting wordt eerst geheven. Van € 10.000 winst resteert na 19% vennootschapsbelasting € 8.100.

De box 2-heffing van 24,5% wordt vervolgens berekend over deze € 8.100 en niet nogmaals over de oorspronkelijke € 10.000.

Daarom bedraagt de gecombineerde belastingdruk in het rekenvoorbeeld 38,845%.


Is dividend voor een DGA altijd voordeliger dan extra salaris?

Nee.

De berekening hiervoor geldt uitsluitend voor de gekozen uitgangspunten. Bij een andere fiscale positie kan de uitkomst anders zijn.

Zowel de vennootschapsbelasting als box 2 kent verschillende tarieven. Als de belastbare winst van de BV boven € 200.000 uitkomt, geldt over het meerdere een vennootschapsbelastingtarief van 25,8%.

Ook in box 2 geldt een hoger tarief wanneer het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang boven de eerste tariefschijf uitkomt.

Bij salaris kunnen eveneens andere omstandigheden van invloed zijn op de uiteindelijke belastingdruk. Het overige inkomen van de DGA, aftrekposten en de gevolgen voor heffingskortingen kunnen bijvoorbeeld relevant zijn.

Het netto verschil tussen extra salaris en dividend moet daarom aan de hand van de concrete cijfers worden berekend.


Kan een DGA zijn salaris verlagen en meer dividend uitkeren?

Niet zonder meer.

Hier moet onderscheid worden gemaakt tussen het uitkeren van aanvullende winst en het verlagen van het bestaande DGA-salaris.

Als een DGA al een salaris ontvangt dat voldoet aan de gebruikelijkloonregeling en daarnaast winst uit de BV wil halen, kan worden onderzocht wat de fiscale gevolgen zijn van extra salaris en dividend.

Dat is een andere situatie dan wanneer het bestaande salaris wordt verlaagd met als doel hetzelfde bedrag vervolgens als dividend uit te keren.

In dat laatste geval moet eerst worden beoordeeld of het verlaagde salaris nog voldoet aan de gebruikelijkloonregeling. Als dat niet het geval is, kan voor de belastingheffing een hoger loon in aanmerking worden genomen.

Het feit dat dividend onder bepaalde omstandigheden lager wordt belast dan extra salaris is op zichzelf dus geen reden om het DGA-salaris te verlagen.


Een derde mogelijkheid: de winst in de BV laten

Salaris en dividend zijn bovendien niet de enige mogelijkheden. Een DGA kan besluiten de winst voorlopig in de BV te laten.

Als het geld privé niet nodig is, hoeft een dividenduitkering niet direct plaats te vinden. De BV betaalt over haar belastbare winst vennootschapsbelasting, maar zolang geen dividend wordt uitgekeerd, vindt over die winst nog geen box 2-heffing vanwege een dividenduitkering plaats.

Het vermogen blijft binnen de BV beschikbaar. Afhankelijk van de situatie kan het bijvoorbeeld worden gebruikt voor investeringen of vermogensopbouw.

Hiermee kan de box 2-heffing worden uitgesteld. Dat betekent niet dat de belastingclaim verdwijnt. Als de winst later alsnog als dividend wordt uitgekeerd, kan op dat moment box 2-belasting verschuldigd zijn. Ook bij bijvoorbeeld een verkoop van de aandelen kan belastingheffing in box 2 aan de orde komen.

Voor een DGA is daarom niet alleen van belang op welke manier vermogen naar privé wordt gehaald, maar ook wanneer dat gebeurt.


Ook het moment van dividend uitkeren kan van belang zijn

Aangezien box 2 twee tarieven kent, kan de omvang en timing van een dividenduitkering invloed hebben op de uiteindelijke belastingdruk.

Bij een grotere voorgenomen dividenduitkering kan het daarom zinvol zijn om te beoordelen of de uitkering in één kalenderjaar moet plaatsvinden of dat spreiding over meerdere jaren mogelijk en fiscaal aantrekkelijk is.

Daarbij moeten uiteraard de op dat moment geldende belastingtarieven en de verdere fiscale positie van de DGA worden betrokken.

Ook de aanwezigheid van een fiscale partner kan van belang zijn voor de verdeling van inkomen uit aanmerkelijk belang.

De beoordeling van een dividenduitkering gaat daarmee verder dan alleen de vraag welk box 2-tarief op een bepaald bedrag van toepassing is.


Een dividenduitkering moet ook juridisch mogelijk zijn

Een fiscaal aantrekkelijke dividenduitkering kan niet automatisch worden uitgevoerd.

Voor een dividenduitkering door een BV gelden ook vennootschapsrechtelijke voorwaarden. Een besluit van de algemene vergadering tot uitkering heeft geen gevolg zolang het bestuur daaraan geen goedkeuring heeft verleend.

Het bestuur moet daarbij onder meer beoordelen of de BV na de voorgenomen uitkering haar opeisbare schulden kan blijven betalen. Als het bestuur weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de BV na de uitkering niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, kan een uitkering tot aansprakelijkheidsrisico's leiden.

Een dividenduitkering is daarom niet uitsluitend een fiscale aangelegenheid. Ook de financiële positie van de BV en de juridische voorwaarden moeten worden beoordeeld.


Wat is voor een DGA fiscaal het meest aantrekkelijk?

Er bestaat geen vast antwoord dat voor iedere DGA geldt.

In de praktijk moet eerst worden vastgesteld welk DGA-salaris gelet op de gebruikelijkloonregeling passend is. Het wettelijke normbedrag van € 58.000 betekent daarbij niet automatisch dat een salaris van € 58.000 in iedere situatie voldoende is.

Vervolgens komt de vraag aan de orde wat met de resterende winst moet gebeuren.

Wil de DGA geld naar privé halen, dan kunnen de fiscale gevolgen van extra salaris en dividend met elkaar worden vergeleken. Is het vermogen privé niet nodig, dan kan ook het aanhouden van de winst binnen de BV worden betrokken bij de beoordeling.

De hoogte van het DGA-salaris, de winst van de BV, de toepasselijke tarieven in de vennootschapsbelasting en box 2, de overige inkomsten van de DGA en het gewenste moment van een dividenduitkering moeten daarbij in samenhang worden bekeken.

Een berekening op basis van alleen het tarief in box 1 of box 2 is daarvoor onvoldoende.


Advies over DGA-salaris en dividend

De verhouding tussen salaris, dividend en winst die in de BV achterblijft, kan een aanzienlijk verschil maken voor de totale belastingdruk. Tegelijkertijd moet de gekozen structuur fiscaal verdedigbaar zijn.

Libertas Fiscalisten adviseert ondernemers en DGA's over fiscale vraagstukken rondom de eigen BV. Wij kunnen onder meer beoordelen of uw DGA-salaris aansluit bij de gebruikelijkloonregeling, de fiscale gevolgen van extra salaris en dividend voor uw situatie doorrekenen en adviseren over de omvang en timing van een voorgenomen dividenduitkering.

Daarbij kijken wij niet alleen naar het verschil tussen de belastingtarieven. Ook de winstpositie van de BV, uw overige inkomsten, toekomstige dividenduitkeringen en de vraag of vermogen beter privé of binnen de BV kan worden aangehouden, kunnen bij het advies worden betrokken.

Juist bij een DGA kunnen keuzes die op het eerste gezicht eenvoudig lijken gevolgen hebben voor meerdere belastingen. Door de positie van de DGA en de BV gezamenlijk te beoordelen, kan vooraf worden bepaald welke mogelijkheden fiscaal passend zijn.

Zoekt u een belastingadviseur in Almere voor advies over uw DGA-salaris, de gebruikelijkloonregeling of een dividenduitkering? Libertas Fiscalisten kan uw fiscale positie in kaart brengen, de relevante mogelijkheden doorrekenen en u adviseren over een passende aanpak.


Neem contact op met Libertas Fiscalisten om uw situatie te bespreken.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page